Als je als ondernemer privévermogen hebt opgebouwd buiten je bedrijf, betaal je elk jaar box 3-belasting over spaargeld, beleggingen of een tweede woning. In 2026 zijn de regels opnieuw veranderd: de vrijstelling is hoger, het fictieve rendement op spaargeld lager, maar op beleggingen een stuk hoger. Bovendien is het nieuwe belastingsysteem dat al lang verwacht werd, opnieuw uitgesteld. Dit is wat je moet weten als je aangifte doet of je financiën plant.
Wat valt er precies onder box 3?
Box 3 is de inkomstenbelastingbox voor privévermogen: spaargeld, effecten, cryptomunten, verhuurde woningen en andere bezittingen. Wat er niet onder valt, is het vermogen in je BV of eenmanszaak. Bedrijfsvermogen wordt in box 1 of via de vennootschapsbelasting belast.
De Belastingdienst werkt met een fictief rendement: een aanname over hoeveel je rendement haalt, ongeacht wat je er in werkelijkheid mee verdient. Over dat fictieve rendement betaal je 36% belasting. Het peildatum is 1 januari van het belastingjaar, je vermogen op die datum is bepalend.
De vrijstelling is flink gestegen
In 2026 betaal je geen belasting over de eerste 59.357 euro van je privévermogen als je alleenstaand bent. Voor fiscale partners geldt een gezamenlijke vrijstelling van 118.714 euro. Zit je daaronder, dan ben je niets verschuldigd.
Dat is goed nieuws voor mensen met een bescheiden spaarpotje. Voorbeeld: je hebt 70.000 euro gespaard en bent alleenstaand. Dan wordt alleen het deel boven de 59.357 euro belast: 10.643 euro. Over dat bedrag betaal je het fictieve rendement en vervolgens 36% belasting.
Spaargeld goedkoper, beleggingen een stuk duurder
Hier wordt het voor veel ondernemers verrassend. Het fictieve rendement op spaargeld is gedaald naar 1,28% in 2026. Op beleggingen is het juist gestegen naar 6,00%. Dat maakt een flink verschil in je belastingaanslag.
Even concrete getallen. Stel je hebt 100.000 euro aan spaargeld en bent alleenstaand:
- Belastbaar vermogen: 100.000 - 59.357 = 40.643 euro
- Fictief rendement spaargeld (1,28%): 40.643 x 1,28% = circa 520 euro
- Belasting (36%): 520 x 36% = circa 187 euro
Met hetzelfde bedrag in beleggingen:
- Fictief rendement (6,00%): 40.643 x 6% = circa 2.439 euro
- Belasting: 2.439 x 36% = circa 878 euro
Hetzelfde vermogen, maar bijna vijf keer zoveel belasting. De keuze tussen spaargeld en beleggingen gaat dan ook niet alleen over rendement. Heb je een mix? Dan berekent de Belastingdienst een gewogen fictief rendement op basis van de verhouding in je vermogen.
Het nieuwe systeem is opnieuw uitgesteld
Al jarenlang is het plan om box 3 te hervormen naar een systeem dat belasting heft over je werkelijke rendement in plaats van een fictief percentage. In theorie eerlijker: slechte jaren betaal je minder, goede jaren meer.
Die hervorming had per 2026 moeten ingaan. Dat is niet gelukt en het is nu doorgeschoven naar 2028. Tot die tijd werkt de Belastingdienst met de huidige forfaitaire percentages. Dat geeft je nog twee jaar om je administratie op orde te krijgen, want het nieuwe systeem vraagt om meer bijhouding. Waardestijging van aandelen of vastgoed wordt straks ook belast, ook als je niets verkoopt.
Te veel betaald? De tegenbewijsregeling helpt je
Heeft de Belastingdienst je de afgelopen jaren belast over een fictief rendement dat hoger lag dan wat je daadwerkelijk verdiende? Dan heb je mogelijk recht op teruggave. De Hoge Raad bevestigde dit in 2021 en sindsdien is de tegenbewijsregeling officieel onderdeel van het systeem.
Je dient via Mijn Belastingdienst bewijs in dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire percentage. Denk aan bankafschriften en jaaroverzichten van je broker. Dit is vooral relevant voor de jaren 2022 en 2023, toen de spaarrente nagenoeg nul was terwijl het fictieve percentage aanzienlijk hoger lag. Meer uitleg vind je bij de Belastingdienst.
Voor 2026 is de tegenbewijsregeling minder interessant voor spaarders door het al lage fictieve rendement van 1,28%. Voor beleggers die een matig jaar hadden, kan het zeker lonen om je werkelijke opbrengsten na te rekenen.
Slim omgaan met box 3 als ondernemer
Als ZZP'er of DGA kom je vaker dan werknemers in aanraking met box 3. Je reserveert geld voor de belastingdienst, zet winst apart of hebt via de jaren privévermogen opgebouwd. Drie punten om rekening mee te houden:
Let op het peildatum. Je vermogen op 1 januari telt. Geld dat je op 2 januari ontvangt, telt pas het jaar daarna mee. Dat geeft wat ruimte in timing als je grote bedragen verwacht.
Grote beleggingsportefeuilles vragen aandacht. Bij 6% fictief rendement en 36% belasting betaal je effectief 2,16% van je beleggingswaarde per jaar in box 3. Op een portefeuille van 500.000 euro boven de vrijstelling is dat ruim 10.000 euro per jaar. Als je hier tegenaan loopt, bespreek dan met een belastingadviseur of een BV-structuur voor beleggingen bij jouw situatie past. Lees ook wat de daling van de zelfstandigenaftrek voor je betekent, want de belastingdruk stapelt zich op meerdere fronten op.
Volg de wijzigingen. Box 3 is de categorie belastingen waar de regels het vaakst veranderen. Het loont om elk jaar te checken wat de nieuwe vrijstelling is en welke fictieve rendementen gelden. Wil je ook weten wat de nieuwe belastingschijven voor ZZP'ers betekenen? Dat hebben we apart uitgelegd.